Inteelt ontstaat wanneer verwante duiven worden gekoppeld. Daarmee neemt de kans toe dat dezelfde genvarianten van beide kanten samenkomen. Dat kan kenmerken voorspelbaarder maken, maar ook verborgen erfelijke gebreken en inteeltdepressie zichtbaar maken.
Verwantschap is meetbaar
Termen als lijnteelt en nauwe inteelt worden verschillend gebruikt. Kijk daarom naar de stamboom en bereken waar mogelijk de inteeltcoëfficiënt. Vader-dochter en broer-zus zijn veel nauwere koppelingen dan verre verwanten.
Wat kan inteelt doen?
Mogelijke gevolgen zijn:
- lagere vruchtbaarheid en uitkomst;
- minder vitale of kleinere jongen;
- grotere vatbaarheid voor ziekte;
- zichtbaar worden van recessieve aandoeningen;
- verlies van genetische variatie.
Niet ieder ingeteeld jong krijgt problemen, maar het risico stijgt gemiddeld bij toenemende verwantschap.
‘Eigenschappen vastleggen’ is geen garantie
Gewenste prestaties worden vaak door veel genen én de omgeving beïnvloed. Inteelt kopieert niet alleen de goede eigenschappen van een kampioen. Ook onbekende of ongunstige aanleg wordt geconcentreerd.
Veiliger werken
- houd volledige afstamming en gezondheidsgegevens bij;
- gebruik geen dieren met terugkerende erfelijke of vruchtbaarheidsproblemen;
- beperk herhaalde nauwe koppelingen;
- meet uitkomst, groei, gezondheid en prestaties van álle jongen;
- breng tijdig onverwante genetische variatie in.
Geen vaste regel van drie generaties
Na precies twee of drie generaties ‘vers bloed’ toevoegen is geen universele veiligheidsgrens. De uitgangsverwantschap, populatiegrootte en selectie bepalen het risico. Een fokplan met deskundige genetische begeleiding is verstandiger bij intensieve lijnteelt.
Kijk verder dan uitslagen
Een lijn die sportief presteert maar structureel lage vruchtbaarheid of zwakke jongen geeft, is genetisch geen gezonde vooruitgang. Vitaliteit en welzijn horen in het fokdoel.
Verder lezen: Kweekpartners kiezen | Selecteren | Broedzorg





Geef een reactie