Als een duif in een favoriete neststand op een vlucht wordt meegegeven, maar in een slechte lichamelijke conditie vertoeft zal, zijn liefde voor zijn partner, nest of jongeren, of zelfs jaloezie, zo zal de duif vliegen totdat ze zo is uitgeput van vermoeidheid, dat ze voor geen meter verder kan vliegen. Deze zal dan ofwel verloren vliegen of ze zal alsnog proberen te vliegen tot ze sterft. Om deze reden is er de liefhebber die er zeker moet van zijn dat deze beide aanwezig zijn, dat de fysieke conditie van de duif zodanig goed is dat het de vlucht kan voltooien en dat de geestelijke toestand van de duif optimaal is dan zal deze zijn vlucht afleggen op een hoogst mogelijke snelheid.
Sommige duiven zijn zeer enthousiast over het nest met eieren. Het is aan de melker om dit feit te ontdekken en die kennis toe te passen tot voordeel van hem en de duif. Ik heb vaak geweten een duivin die op broeden zit kan daar zeer goed op naar huis komen, Zo zouden we door het geven van een extra ei om op te broeden, en alzo haar angst te verhogen. Tegen de avond het verwijderen van de doffer een dag voor of van het inkorven en waardoor men de duivin verplicht om de hele dag te broeden dit ook helpen om haar in de gewenste mentale toestand te brengen.
Als het om een korte vlucht gaat, helpt het om haar een paar keer per dag van het nest te halen tijdens de dag om haar vervolgens een paar kilometer 1 tot 2 kilometer verder los te laten zodanig dat de duivin in een vliegende vaart terug naar haar nest wil. Ze zal terug naar het hok te vliegen als een kogel en als ze in een goede conditie zit zal ze hetzelfde doen op de dag van de vlucht.
Diezelfde procedure kan worden gevolgd met doffers;
Eens er jongen in het nest liggen kan men deze ook verjongen door er andere en jongere duifjes onder te schuiven en de oudere weg te nemen, daar kunnen ook goede resultaten mee gehaald worden.
duivinnen 8-10 dagen jonkies
doffers alle standen
heel wat geld verspeeld werd. Ook in Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Limburg drong de duivensport door. De duivenkoten evolueerden snel. Naast de zolderhokken of de hokken in de schuren komen de laatste jaren vooral tuinhokken voor. Voor 1940 voederde de ‘duivenmelker’ met maïs, bonen, tarwe en wikke. Duiven moesten “opgeleerd” worden. Duivenbonden stelden leeropdrachten voor. Verschillende technieken werden (naast het natuurlijk spel) toegepast zoals het nestspel, het kotjesspel met de beul en het weduwschap. Het gedwongen weduwschap was reeds bekend in het Luikse in 1904. Spelers uit Charleroi brachten het naar Overijse. In de winter was er geen spel. Dan heeft men de kampioenen-vieringen met prijzen voor jonge duiven (minder dan 1 jaar), jaarlingen (1 jaar), oude duiven (meer dan 1 jaar), fondspelers en halve fondspelers.
Vroeger werd er wat meer op nest gespeeld, zeker, en de trucjes die men uithaalde waren vooral gericht op jaloezie. Het befaamde kotjesspel werd in België ontwikkeld en was ook gebaseerd op jaloezie: enkele losse doffers zetten de zaak op stelten. In de periode van de Eerste Wereldoorlog kwamen Vlaamse vluchtelingen naar ons land (wij bleven immers buiten die oorlog) en die hebben dit soort trucjes bij ons geïntroduceerd.
Een oude foto van het kotjesspel in Nederland
En wie dacht dat het weduwschapspel een moderne aanpak is: helemaal niet. Wittouck beschreef al in 1902 het “gedwongen weduwschap” dat toen al veel werd toegepast in Luik en omgeving, vooral voor vluchten tot 600 kilometer. Uit zijn beschrijving blijkt dat het gewoon, klassiek weduwschap betrof, met en zonder tonen. Ook weduwschap met duivinnen bestond toen al, maar nog geen totaalweduwschap.





Geef een reactie