Hoe snel vliegen postduiven? En hoe laat kun je ze verwachten? Dat zijn vragen die elke duivenmelker vroeg of laat stelt. Het antwoord is niet eenvoudig — maar met een paar basisregels kom je een heel eind.
Slimme versus minder slimme duiven
Bij grote lospartijen vliegen duizenden vogels tegelijk richting huis. Een minder goed georiënteerde duif kan meevliegen in de groep — zolang de groep de goede kant opgaat. Maar naarmate de afstand groter wordt, valt de groep uiteen in kleinere groepjes. Dan moet iedere duif zelf navigeren.
De slimme, goed georiënteerde duif maakt zich los van een verkeerd koersende groep en vliegt de juiste richting op. De minder goed georiënteerde duif volgt braaf een groepje dat de foute kant opgaat — en komt pas uren later aan, of niet.
Zo zie je ook waarom ervaren duiven beter presteren: ze hebben de juiste routes ingeleerd en vertrouwen niet alleen op de groep.
Meer dan conditie alleen
Goede conditie is een basisvereiste. Maar het verschil tussen een winnaar en de rest wordt gemaakt door karakter, motivatie en het vermogen om snel te beslissen bij dreigend gevaar van een roofvogel.
Een duif die getraind is om direct het hok in te gaan bij thuiskomst — in plaats van op het dak te blijven zitten — wint zo al seconden tot minuten. Bij vitesse vluchten met veel deelnemers is dat soms het verschil tussen een prijs en niets.
Wat heeft de melker invloed op?
Meer dan veel mensen denken. Goed voer op het juiste moment, dagelijkse observatie, rust in het hok, en duiven die gewend zijn om direct naar binnen te komen — het zijn allemaal kleine dingen die samen een groot effect hebben.
De beste duiven ter wereld presteren niet als de verzorging tekortschiet. En een melker die zijn duiven echt kent, haalt meer uit gemiddelde duiven dan een slechte melker uit topmateriaal.
Verwachte snelheden per windrichting
Als ruwe richtlijn geldt: 1.000 meter per minuut is gelijk aan 60 kilometer per uur. Dit zijn gemiddelde snelheden per windrichting:
- Wind Z (rug): circa 2.000 m/min (120 km/u)
- Wind ZW: circa 1.400 m/min (84 km/u)
- Wind ZO: circa 1.275 m/min (77 km/u)
- Wind NW of NO: circa 1.200 m/min (72 km/u)
- Wind O of W: circa 1.300-1.400 m/min
- Wind N (tegen): circa 1.000 m/min (60 km/u)
Met zijwind of tegendwind duurt een vlucht van 300 kilometer al snel anderhalf tot drie uur langer dan met volle rugwind.
Hoe bereken je de verwachte aankomsttijd?
Neem de afstand in kilometers, deel die door de verwachte snelheid in km/u, en je hebt de vliegtijd in uren. Tel die op bij de lostijd — en reken een kwartier extra voor het landen en invallen.
Houd altijd rekening met de conditie van je duiven en de weersomstandigheden onderweg. Een warme dag met onweer kan de snelheid flink beïnvloeden.
Meer lezen: Oriëntatie of snelheid bij postduiven | Motiveren van postduiven | Dagfond – de eerlijkste wedstrijd
Misschien vindt je dit ook leuk
-
De postduivensport heeft een organisatieprobleem – en zo lossen we het op
-
Hoe beoordeel je OLR-prestaties eerlijk? Het prijspercentage uitgelegd
-
Fraude in de postduivensport – chip duplicators en vervalste ringen
-
Dagfond – waarom dit de eerlijkste wedstrijd in de duivensport is
-
Postduiven leren van elkaar – van generatie op generatie





