Vliegrollers

Vliegrollers zijn duiven die zich onderscheiden van hun soortgenoten doordat ze tijdens hun vlucht achterwaartse salto’s of andere vliegfiguren maken. Het is een lust voor het oog, hoog in de lucht de adembenemende capriolen te zien van deze rollende duiven. Met ware doodsverachting rollen ze met grote snelheid als een vederbal naar beneden. Deze vertoning van groot artistieke uitvoering is het resultaat van jarenlang intensief fokken en selecteren van goede vliegrollers.

Oud cultuurgoed

De meeste rollenrassen zijn oeroud cultuurgoed en werden alleen gehouden door de prevaleerde heerschappij. Vliegrollers ontstonden veelal in Klein- en Centraal Azië en werden uitgangsrassen voor bijna alle bekende huisrassen, die men op plusminus 1500 rassen schatten kan. rollers zijn van oorsprong duiven, die tentoonstellingsrassen voor wat betreft vitaliteit, fok of weerstandsvermogen ver superieur zijn.

Verschillende rassen

We kennen volgens een schatting van de Duitse duivendeskundige J.Schütte, ongeveer 35 verschillende rollerrassen. Maar naar aan alle zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zijn in Azië nog vele streken waar nog onbekende rollenrassen aan te treffen zijn.

De meest bekende rollenrassen welke wij kennen zijn, Birmingham rollers (ook wel Benson roller genoemd), Galatzer roller, Mardin Roller, Smyrna roller, Oosterse roller, Siebenbürger Tuimelaar, Iraanse rollers, Aziatische “Klatsch”-tuimelaars, Saoudi-Aurabsche Qets, Griekse en Turkse rollenrassen en Mazedonische Duikvluchtduiven.

Vliegstijl

De Birmingham- en Galatzer rollers kunnen als “all weather” vliegers worden gekenmerkt. Wind en regen maakt hen niet veel uit. Oosterse-, Smyrna-, en Perzische rollerszijn daarentegen mooi weer vliegers. Er zijn echter onder deze rassen ook stammen die wel goed presteren met slecht weer.

Al deze rollers maken tijdens hun vlucht razendsnelle rugwaartse salto’s over de staart. De Oosterse- en Galatzer rollers maken salto’s, draaien molens en laten soms ook andere vliegfiguren zien die bijna niet in woorden zijn uit te drukken. De birminghamroller valt als een roterende bal met een opening in het midden naar beneden. Die opening is dan de rugholte. De Mardin roller maakt hele snelle enkelvoudige rugwaartse salto’s.

Vlieghoogte

Al de genoemde rassen kunnen zeer hoog vliegen. Ze kunnen tot grote hoogte stijgen waar ze met het blote oog niet meer zijn te zien. In het bijzonder de Oosterse rollers die gemeten tot 2900 meter hoog kunnen vliegen.
Gewoonlijk wordt niet de gehele duur van de vlucht op één bepaalde hoogte gevlogen maar varieert steeds.
Het doorrollen kan vele meters diep bedragen waarbij loopings van 10 tot 60 meter geen uitzondering zijn.

Vliegduur

Al naar gelang de training kan de vliegduur tussen de veertig en negentig minuten zijn. Maar wees niet verbaasd als het ook enkele uren kan zijn.

Goede vliegrollers

Goede vliegrollers kosten ongeveer tussen de veertig en vijftig euro per koppel. Waardevollere dieren kunnen natuurlijk meer waard zijn. Nog nooit is het voorgekomen dat een geïnteresseerde liefhebber geen goede vliegrollers kon krijgen om financiële redenen. Het is een hobby voor iedereen.

Om de vliegeigenschappen vast te houden is het beter om alle kweekdieren van één fokker te betrekken. Koopt men dieren van verschillende fokkers, hebben de dieren ook verschillende vliegeigenschappen die niet altijd bij elkaar passen waardoor nazaten in kwaliteit kunnen inboeten.

De meest beginnende liefhebbers stranden nadat hun minderwaardige dieren zijn verkocht. Vaak tegen aanlokkelijke prijzen. Na één kweekseizoen bereikt men dan niet het gewenste resultaat en doet de vliegrollers weer weg. Vele in advertenties gevonden vliegrollers verdienen deze naam niet en zijn vaak kruisingen met show rollers. Deze dieren hebben niet de juiste rol factor in hun genen en zullen dan ook maar weinig presteren. Let dus op dat u dieren aanschaft uit bewezen vliegstammen. Het beste is om contact op te nemen met de VCN vliegrollerclub Nederland daar helpen ze u graag verder. Nog een tip, koop alleen dieren die u in de lucht heeft gezien en die een goede prestatie laten zien. Een fokker zal daar geen enkel bezwaar tegen hebben.

De voeding

Over de voeding van duiven is in het algemeen veel te vinden op internet en boeken. Veel fokkers mengen hun eigen voer in de gewenste samenstelling. Voor vliegrollers is een duivenvoer zonder mais geschikt. Mais zet erg snel aan waardoor de duiven te zwaar kunnen worden. In de rui en tijdens de kweek kunt u wel wat mais in beperkte mate toevoegen.
De hoeveelheid voer hangt af van het type duif en het seizoen vaak zal dat tussen de 20 en dertig gram zijn per dag.
In het fokseizoen wordt er twee tot drie keer per dag gevoerd en steeds in voederbakken of voergoten waarin geen mest kan komen. Vliegduiven worden normaal gesproken één keer per dag gevoerd. Ten alle tijden een goede kwaliteit voer verstrekken beter iets duurder dan goedkoop voer.
Vliegkroppers worden vaak krap in het voer gehouden en mogen niet te zwaar aanvoelen. Vaak is het zo dat te zware duiven minder goed presteren in de lucht. Verder is het belangrijk om altijd grit en mineralen op het hok te hebben staan samen met schoon drinkwater.

Het hok

Omdat vliegrollers samen in één team moeten vliegen, moet het hok niet te groot zijn. Beste is om de doffers en duivinnen apart te laten vliegen uit zogenaamde kitboxen. Dit zijn kleine hokken waar de duiven op aparte schapjes kunnen zitten. De kweekduiven zitten in een apart hok met een kleine ren ervoor.

Uitwennen van jonge vliegrollers

Jonge vliegrollers worden als ze plusminus dertig dagen oud zijn bij de ouders weggehaald en in de kitbox geplaatst. De eerste week mogen ze even wennen en de omgeving goed zie. Daarna mogen ze een week op eigen houtje naar hartelust de omgeving verkennen. Vervolgens wordt de kitbox gesloten. Vanaf nu wordt er wat strenger met de jonge om gegaan. U zet ze op de kitbox en jaagt ze voorzichtig op. De duiven zullen in alle richtingen uiteen vliegen. Waarschijnlijk gaan ze ergens op het dak zitten en dan kunt u proberen ze weer terug te lokken met de voerbus. Duiven die niet terug komen, gewoon laten zitten die komen in de loop van de dag wel en anders de volgende dag. Wel zorgen dat ze voor het opjagen niet gegeten hebben wanneer de duiven terug zijn gekomen voert u ze ongeveer de helft van het normale rantsoen en houdt u dit enkele dagen vol.Elke dag gaat het beter en ze zullen steeds langer vliegen. Op een gegeven moment gaan ze beginnen met staartje rijden en voorzichtig aan gaan ze hun vliegeigenschappen ontwikkelen. Soms kan dat wel tot negen maanden duren. Voordat ze echt op dreef zijn moet u soms wel een jaar geduld hebben.

4 thoughts on “Vliegrollers

  1. Beste ome Willem,

    Ik houd al enige tijd Amsterdamse Tipplers en probeer meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis van de Tippler in het algemeen. Wat opvalt is dat er op het internet eigenlijk vrij weinig is terug te vinden. Het blijft beperkt tot “tipplers stammen af van hoogvliegers uit het Midden-Oosten gekruist met inlandse (lees Engelse) tuimelaar-rassen”, maar dat is het wel zo’n beetje.

    Weet u iets over de ontstaansgeschiedenis van de tippler of kunt u mij misschien naar een site/boek verwijzen? Of is er gewoon nooit iets gedocumenteerd over dit onderwerp en dus ook niet te achterhalen welke rassen zijn ingekweekt om tot de vliegtippler te komen?

    Met vriendelijke groet, Paul

  2. goeie dag welke maand kan ik het beste beginnen met de turkse tuimelaars kweken de 1 zegt januari de ander april.
    en kun je als de ouders al een paar penen hebben gegooid nog kweken ermee of niet meer.

    1. Kweken kan altijd maar ik zou ergens rond Maart/April beginnen of na de rui mocht u haast hebben.
      Denk er wel aan dat jonge duiven makkelijker worden gepakt door roofvogels waardoor Maart/April
      de beste keuze is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *